Herinneringen aan Peru

Het is de eerste maand van het jaar, kil, mistig en bijna donker buiten. De verwarming staat een graadje hoger en ik doe de gordijnen dicht. De wereld wordt kleiner. De hond heeft eten gehad en gaat naast me onder de keukentafel liggen. Op de achtergrond klinkt muziek. Het is mijn playlist ‘Flying high’.

Ik weet nog dat ik hem samenstelde. Het was in de zomer van 2012 en ik zat toen ook aan de keukentafel. Die tafel stond toen echter in een keuken ergens in Peru. Boven me brandde 1 lamp, 150 watt, zonder kap er omheen. Het gaf een fel licht. Elke vlek op de vloer, scheur in de muur, was duidelijk te zien. Aan de lamp hing een gedraaide doorzichtige slinger voorzien van een fijn laagje kleefstof waarmee tientallen grote zwarte vliegen bezig waren hun laatste rondjes te draaien. Buiten was het donker en kil. Een paar graden boven nul. Verwarming was er niet en het was voor de honden verboden om binnen te komen. Ik hoor ze op de binnenplaats schuiven op hun dunne stukken karton om maar zoveel  mogelijk uit het contact met het koude cement te blijven. Tegenover me drupt de kraan. Het is een simpele kraan, hij kan aan en uit en geeft alleen koud water.

Mijn mobiele telefoon ligt voor me op de keukentafel. Thuis, maanden daarvoor, had ik een grote hoeveelheid muziek gedownload om ingeval van oorverdovende stilte te kunnen vluchten in Europese klanken. Nu sta ik op het punt om terug te vliegen naar de andere wereld. Ik heb bedacht dat ik de lange thuisreis van bijna 30 uur niet kan slapen. Om de tijd door te komen wil ik muziek kunnen luisteren. De playlist krijgt de naam Flying High en moet me van de ene naar de andere wereld brengen. Zelfs als ik nu, jaren later, de lijst beluister zie  ik bij de individuele liedjes de beelden, hoor ik de geluiden en ruik ik het land. Stairway to heaven is het eerste nummer. Ik pakte mijn rugzak in in de keuken: mijn mobiele telefoon, een verrekijker, bananen, druiven, mandarijnen mijn scherpe zakmes en twee flessen water in de zijvakken. Ik vertel waar ik naar toe ga, dat hebben we afgesproken als ik in m’n eentje op pad ga. Zeker nu er iemand rondloopt die pas  iemand heeft aangevallen en jaren geleden al een moord op z’n conto schreef.

Ik loop de straat uit, sla af en ga via het zandpad tussen de oude lemen huizen door naar de voet van de berg. Het laatste huis dat ik passeer staat al tijden leeg, niet afgebouwd en in de steek gelaten. Het zandpad veranderd in een pad als ik een tussendoorweg in sla die twee bochten afsnijd. Het gaat steil omhoog en ik voel mijn hartslag toenemen naar een ongezonde snelheid. Lucht inademen lukt alleen nog oppervlakkig. Voet voor voet ga ik verder, bedenkend dat een omweg ook wel eens makkelijker is. Als ik weer op het zandpad kom besluit ik die maar te volgen. Het gaat verder omhoog. Als ik bij de muur van het kerkhof kom besluit ik daar uit te rusten, zitten tegen de muur zie ik voor me alleen bomen, struiken en blauwe lucht. In de verte hoor ik het ruisen van de beek die van de rotsen naar beneden dendert. Ik drink water en wacht tot mijn hartslag en longen hun ritme hervonden hebben.

Ik ga verder en kijk nog even door het traliehek van het kerkhof naar binnen. Het is een rommeltje en er hangt een rare sfeer, mede door de vele verhalen die ik in het dorp gehoord heb over deze plek. Als ik 200 meter verderop de beek hebt bereikt spring ik er overheen en begin aan het pad dat steil omhoog loopt tussen grote rotsblokken door. Ik heb intussen geleerd dat je goed moet luisteren naar de geluiden voor je uit. De bergbewoners komen met paarden en muilezels naar beneden en als je niet aan de kant gaat, lopen de beesten, vaak zonder begeleiding vooruit gestuurd, je ondersteboven. Hou daarom ook altijd de kant van de berg aan, mocht het toch tot een botsing komen dan val je tenminste tegen de berg aan en er niet af.

Halverwege gebeurd het, ik hoor ze aankomen en heb geen zicht door de hoge rotsblokken, voor ik het weet komen er drie paarden aan die flink bepakt zijn. Ik grijp een rotsblok en trek me daar tegen op. Ik voel de paarden langs me schuren en dan zijn ze voorbij. Een kleine peruaanse boer volgt vriendelijk lachend. Ik loop door naar boven en kom op de plek die ik vanuit huis heb gezien. Hoge bomen om een veld bezaait met rotsblokken. Aan de rand ligt een enorm rotsblok. Ik doe mijn rugzak af en pak water en fruit. De zon schijnt heerlijk en het rotsblok is als een kachel. Ik ga op mijn rug liggen en heb kilometers uitzicht over het zonnige dal, hoor de bomen ruisen, de vogels zingen en ruik de eucalyptusgeur van de bomen.

Ik prik mijn oortjes in de telefoon en luister: Stairway to Heaven.

Paul.